Signaleren van dyslexie

5. Signaleren van dyslexie

Algemeen

Op onze school gaan we uit van de professionaliteit van de leerkracht. Hij/zij gaat dagelijks met de leerlingen om, ziet hoe ze werken en leren, weet hoe hun vooruitgang is en hoe ze zich emotioneel ontwikkelen. Daarnaast is er het CITO- leerlingvolgsysteem, dat een objectieve maat is voor de vorderingen die een leerling maakt.

We hebben de Protocollen Leesproblemen en Dyslexie op onze school geïmplementeerd en volgen de daar aangegeven stappen bij het signaleren, diagnosticeren en behandelen van leesproblemen en dyslexie.

Alle informatie en documenten die bij deze stappen verzameld worden maken onderdeel uit van het leerlingendossier.

De gegevens die wij gebruiken bij de signalering van mogelijke dyslexie:

• De informatie van de ouders bij aanmelding op school.

• Observaties in de klas met betrekking tot werkhouding, leerbaarheid, onthouden,

automatiseren, interesse in activiteiten die met taal, geletterdheid en lezen te maken hebben

• Analyse van observatielijsten, signaleringslijsten, methodegebonden toetsen.

• Analyse van toetsen uit het leerlingvolgsysteem

 

In de praktijk

· Zodra een leerkracht iets opvallends signaleert met betrekking tot het gedrag of de resultaten van een leerling, gaat hij gedurende een periode van enkele weken gericht observeren.

· Als er duidelijk sprake lijkt te zijn van signalen van dyslexie, gaat de leerkracht de leerling extra begeleiden. Er is dan sprake van hulp op ondersteuningsniveau 1 en 2. De groepsleerkrachten zijn in staat om deze hulp zelfstandig op te zetten en uit te voeren. Eventueel wordt een collega geconsulteerd. De ouders worden op de hoogte gebracht van de extra begeleiding.

· Als na één periode blijkt dat de problemen niet verholpen zijn, wordt de leerling besproken met de IB-er. Die kan verschillende zaken doen:

- Observatie in de klas

- Gesprek met de ouders

Terug

Corantijnstraat 2

1058 DD Amsterdam

020 – 618 4430

info@nullobscorantijn.nl