Signalen van dyslexie

signalen van dyslexie

Signalen/ kenmerken die op dyslexie kunnen wijzen

Algemene zaken

  • Het is van belang gehoor- en gezichtsproblemen uit te sluiten
  • Erfelijkheid speelt een rol: als er lees- en of spellingproblemen in de familie voorkomen heeft een kind meer kans op dyslexie
  • Een dyslectisch kind maakt meer fouten dan andere kinderen en het blijft die fouten langer maken; het maakt niet persé een ander soort fouten
  • Er is bij dyslectische kinderen vaak (al op jonge leeftijd) de noodzaak van logopedie

Vroege signalen voor dyslexie en signalen tussen 4-6 jaar:

Een algemeen zwak taalniveau, zich uitend in onder ander:

  • Later gaan praten
  • Lang “krom” blijven praten
  • Een eigen taaltje ontwikkelen
  • Slordig articuleren (niet voor iedereen verstaanbaar zijn)
  • Bij spontaan spreken is er vaker sprake van verkeerde zinsbouw en grammaticale fouten.
  • Moeite met het vervoegen van werkwoorden (geloopt) of met het aanleren van meervoudsvormen (schippen i.p.v. schepen)
  • Iets niet goed kunnen uitleggen, moeite met iets onder woorden brengen
  • Geen/ weinig interesse in letters en geschreven taal

Moeite hebben met het aanleren van willekeurige afspraken en het onthouden daarvan, zich uitend in onder andere:

  • Moeite met de begrippen links rechts
  • Moeite met de kleurnamen en namen van vormen
  • Moeite met de namen van kinderen in de klas
  • Inoefenen van gedichtjes of liedjes gaat niet vlot
  • Niet op woorden kunnen komen
  • Slecht kunnen rijmen
  • Moeite met luisteren naar en het opvolgen van aanwijzingen

Zwak auditief geheugen en moeite met het fonemisch bewustzijn:

  • Verwarren van woorden die ongeveer hetzelfde klinken
  • Moeite met auditieve discriminatie (onderscheiden van klanknuances)
  • Moeite met het onderscheiden van details in woorden (visueel en auditief)
  • Een zwak auditief - korte termijngeheugen (meervoudige opdrachten)
  • Moeite dingen in de juiste volgorde te onthouden (verhaal navertellen)
  • Niet of nauwelijks letters kunnen benoemen
  • Moeite met taalspelletjes: bedenk woorden die beginnen met een b, in welk woord hoor je een oo, wat is de middelste letter?
  • Moeite met herkennen van dezelfde letter op een blad

Signalen voor dyslexie in groep 3:

  • Klank-tekenkoppeling verloopt traag, letters worden gespiegeld
  • Moeite met analyseren en synthetiseren, woorden in klankgroepen, lettergrepen verdelen (hakken en plakken).
  • Moeite met begrippen als links, rechts, boven onder, eerste , laatste, vooraan, achteraan.
  • Moeite met ruimtelijke kenmerken van taal/ richtingsproblemen: lees- schrijfrichting
  • Tweeklanken verwisselen (eu wordt ui), omkeringen (ui wordt iu), spiegelingen
  • Lang spellend lezen of vroeg radend lezen
  • Moeite met aandacht voor verbale informatie
  • Moeite om het verschil te horen tussen klanken als m en n, t en k, ba en da, met ritme, klemtoon en de betekenis van woorden
  • Moeite om verschil te zien tussen bijvoorbeeld p en q, b en d, en met volgorde in woorden (zodat omkeringen en weglatingen het gevolg zijn)

Signalen voor dyslexie in groep 4:

  • Een hekel aan hardop lezen
  • Lang spellend lezen
  • Veel radend lezen
  • Vaak struikelen bij het lezen
  • Vaak een woord overslaan
  • Delen van woorden weglaten
  • Woorden die hetzelfde klinken door elkaar halen
  • Moeite met clusters (2 of meer medeklinkers)
  • Moeite met lettervolgorde (straf…starf, bert….bret)
  • Een groeiend verschil tussen het leesvermogen en het vermogen een verhaal te begrijpen
  • Spellingproblemen (moeite met het oproepen van het juiste beeld van de letter of het woordbeeld): letters of lettercombinaties omdraaien, letters vergeten of toevoegen, moeite met overschrijven, woorden schrijven zoals je ze hoort (fonetisch), in 1 tekst hetzelfde woord op verschillende manieren schrijven, aanleren en toepassen van de spellingregels
  • Automatiseringsproblemen ook bij rekenen: volgorde van cijfers in een getal, splitsingen, optellen en aftrekken onder de tien, tafels, moeite met het vasthouden in het werkgeheugen van tussenstapjes
  • Moeite met het aanleren van reeksen: alfabet, dagen van de week, maanden van het jaar, seizoenen

Signalen voor dyslexie in de midden- en bovenbouw:

  • Toenemende weerstand tegen lees – en schrijftaken
  • Toenemende faalangst bij lees / of schrijftaken en taken die te maken hebben met snel benoemen en/of de belasting van het verbale korte termijn geheugen
  • Te traag lezen
  • Veel spellend lezen
  • Veel fouten maakt door het raden van woorden
  • Veel spellingsfouten bij vrije schrijfopdrachten
  • Vaak fonetisch spellen (letterlijk opschrijft wat hij hoort)
  • Slecht onthouden van de spellingregels
  • Zichzelf niet of nauwelijks corrigeren
  • Een traag schrijftempo
  • Vaak een onleesbaar schrift met veel doorhalingen (hoeft niet door een motorisch probleem te komen)
  • Problemen met het onthouden van namen of het ophalen van namen uit het geheugen, bijvoorbeeld bij vakken als geschiedenis en topografie.
  • Moeite met het leren van losse feiten (jaartallen)
  • Leren klokkijken kan moeizaam gaan
  • Discrepantie tussen lezen en spellen aan de ene kant en begrijpend lezen en rekenen aan de andere kant
  • Moeite met vreemde talen

 

 

Terug

Corantijnstraat 2

1058 DD Amsterdam

020 – 618 4430

info@nullobscorantijn.nl